Rond 1900 was een bruiloft een aangelegenheid voor de hele familie en het uiterlijk van de bruid moest niet haar individualiteit laten zien, maar haar bezit en sociale status. Dit gold niet alleen voor de bruidsjurk, maar ook voor de uitzet, die in het huis van de bruid aan de gasten werd getoond. De uitzet bestond uit persoonlijke kleding, tafellinnen en beddengoed en werd vaak al vanaf de kindertijd voor het meisje klaargemaakt. In tijden zonder wasmachines en elektrische strijkijzers was het onderhoud van het linnengoed zwaar en was het nodig om er voldoende van in voorraad te hebben. De bruid maakte de uitzet zelf, of werkte er in ieder geval aan mee, op zijn minst door het borduren van monogrammen. Een jongedame uit een goede familie moest zich bij de keuze van haar bruidsjurk aan de gevestigde conventies houden, anders riskeerde ze dat de omgeving kwaad over haar zou spreken. Ze moest kuis overkomen, bijna van top tot teen bedekt zijn, en koos daarom voor een jurk die strak om de hals zat en tot op de grond reikte. In de mode was het X-silhouet: brede ballonmouwen, versmald bij de onderarm, een smalle taille en een uitlopende rok. De gewenste lichaamsvorm werd bereikt met behulp van een korset en onderrokken. Populaire materialen waren zijde en mousseline, versierd met kant en borduursels. In deze tijd overheerste de kleur wit al voor bruidskleding, maar we vinden ook andere kleuren. Het aanschaffen van een nieuwe jurk was duur en niet elk gezin kon zich dat veroorloven, daarom trouwden armere meisjes in hun mooiste jurk, die ze op feestdagen droegen. Ook bij een tweede of volgende huwelijk werd wit niet gedragen, omdat het werd gezien als een teken van onschuld. Sommige foto\’s uit die tijd tonen een interessant verschijnsel: een bruid geheel in het zwart, met alleen een witte sluier. Dit gebeurde wanneer een meisje met een weduwnaar trouwde. De rouwkleur moest het respect van de nieuwe echtgenote voor de overledene uitdrukken. Het bruidskapsel bestond uit opgestoken haar en werd bekroond met een sluier. Die was zo lang dat hij in een sleep uitliep.De bruid kreeg een boeket van de bruidegom. Aan het begin van de 20e eeuw was bloementaal populair, daarom werd er veel aandacht besteed aan de keuze van de bloemen. Witte rozen symboliseerden bijvoorbeeld een zuiver hart, calla\’s wederzijdse vriendschap en lelies oprechtheid. Bruiden bewaarden het boeket als aandenken; de tegenwoordig gangbare gewoonte om het boeket te gooien is van recentere datum en afkomstig uit Angelsaksische landen. Er waren veel bijgeloofsverhalen verbonden aan bruidsjurken. Men geloofde dat men niet mocht beginnen met het naaien ervan vóór de huwelijksaankondiging, anders zou het huwelijk niet doorgaan. Bij de vervaardiging ervan moesten zoveel mogelijk mensen aanwezig zijn, zodat het paar met talrijke nakomelingen gezegend zou worden. De bruid mocht niets blauws dragen, want dat duidde op een relatie vol blauwe plekken. En mirte in de vorm van een krans op het hoofd van de bruid, of als versiering op de jurk, moest liefde brengen die eeuwig groen is en nooit verdort.